Boekbespreking 'Barak 88. Dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse Wildau' Terug

Barak 88. Dwangarbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog in het Duitse Wildau door Wout den Breems.

De voorzitter van de Historische Vereniging Vlaardingen, Wout den Breems, heeft met de hulp van zijn eigen club een boek uitgebracht. Het is een familiedocument waarin zijn vader een belangrijke rol in speelt. Het boek handelt over de gedwongen tewerkstellingen, de zogenaamde ‘Arbeitseinzats’, in het Nederlands ‘arbeidsinzet’, in Duitsland gedurende Tweede Wereldoorlog. Zijn vader, Jo(han) den Breems, was voor het schrijven ervan ‘het uitgangspunt geweest’, geeft de auteur aan. ‘”Pa, vertel nog eens over de oorlog in Wildau,” schrijft hij. ‘Tijdens winteravonden stelden wij als kinderen die vraag wel eens en dan vertelde hij ronduit over de drie jaren, dat hij als dwangarbeider tewerkgesteld was in Duitsland.’ Het vertellen over de leuke en spannende dingen daar, deed Jo wel, over de nare ervaringen van het werken in Wildau liet hij zich niet uit.

Jo den Breems werkte onder andere in de locomotievenfabriek Schwarzkopff in Wildau bij Berlijn. Ook in stedelijke dienstverlenende bedrijven en bij particulieren werden deze dwangarbeiders ingezet. Zij werden ondergebracht in 13 ‘Abeitslagers’ (kampen). In 1945 waren dat ongeveer 10.000 (voornamelijk) mannen, waarvan er 275 uit Nederland kwamen en waaronder zich naar schatting 40 Vlaardingers bevonden. Den Breems was kok in één van de keukens van het kamp. De bewaarde documenten uit die tijd was voor zoon Wout de aanleiding er een boek over te schrijven. Daarbij ging hij niet over één nacht ijs. De bronnenlijst en de gehouden interviews met nog in leven zijnde dwangarbeiders geven dat wel aan. Opvallend is een afschrift van een in het Duits vertaalde brief in de krant ‘Blickpunkt’ van januari 2016. ‘Auf der Suche nach der Familiengeschichte’ staat er boven. Den Breems verzoekt daarin de plaatselijke lezer hem informatie te verschaffen over de genoemde tijd. Dat leverde hem inderdaad gegevens op waaronder twee boeken over de dwangarbeiders in die regio.

Het geen gevolg geven aan de opdracht zich te melden voor de arbeidsinzet door de bezetter kon grote consequenties hebben voor de betrokkene en zijn familie. ‘Op de weigering om naar Duitsland te vertrekken en op onderduiken werden door de Duitse overheersers zware straffen opgelegd, zoals opsluiting in gevangenissen of opvoedingskampen. De omstandigheden waren daar zwaar en men kwam er als een gebroken mens uit,’ geeft Den Breems aan. Juist in Vlaardingen had men het afschrikwekkende voorbeeld van het lot van de vele Geuzen, waarvan sommigen de doodstraf kregen voor lichte vergrijpen. Den Breems schrijft: ’Was het dan niet verstandiger voor jezelf en voor je gezin, om dan maar te gehoorzamen en je in opdracht te melden bij het Gewestelijk Arbeidsbureau?’ (Na terugkomst zouden vele ervaren dat hun vertrek naar Duitsland en het werken daar niet door iedereen werd gewaardeerd. Dat was voor betrokkenen een zeer bitter pil!) Vandaar ook het gedeeltelijk zwijgen van Jo den Breems?

Jo den Breems deed in de Vlaardingse Hollandia Melkfabriek ervaring op met koken; om welke reden hij kok werd in het kamp. Zo kon hij zijn stads- en landgenoten soms van een extra portie eten voorzien, waarbij het de Lagerleiding wel eens opviel dat de aardappelenvoorraad opvallend snel slonk. Jo gaf dan aan dat dat hem ook opviel. Er werd gedreigd met transport naar en opsluiting in een concentratiekamp bij dat soort vaststellingen. Het oprukken van de Russische troepen aan het einde van de oorlog maakte dat het Duitse fabriekspersoneel werd weggehaald, waardoor de situatie steeds verwarrender werd voor de achterblijvers: minder werk, minder eten en men deed maar wat. Om hen heen bombardeerden de geallieerden Berlijn en omgeving. Ook het kamp in Wildau werd daarbij niet ontzien. Na vele omzwervingen, lopend en met treinen, door Duitsland, Frankrijk, België en Nederland kwam Jo den Breems op 13 juni 1945 weer in Vlaardingen aan.

Als ware het een documentaire zo schrijft Wout den Breems over de dwangarbeiders en hoe het hun verging gedurende de oorlog en de reis terug na de bevrijding. Den Breems heeft dan ook een informatief boek geschreven. Het waren de nog in leven zijnde Ab van Veelen, Piet de Vries, Arie de Reuver en Rijer van der Hoek die hun herinneringen deelden voor dit boek. Jaap van der Meiden schreef een uitgebreid dagboek over zijn belevenissen aan het einde van de oorlog. Het werd een belangrijke bron van informatie voor Den Breems want hij putte er rijkelijk uit en het geeft een mooi beeld van de moeilijkheden die de groep ondervond op de lange voettocht naar huis. Afgezien van enkele tekortkomingen leest het boek als een trein en geeft het een goed beeld van de vreselijke periode in onze geschiedenis. De vele foto’s verluchtigen het werkstuk en maakt het beschrevene completer. Een mooie aanvulling op wat er zoal over gepubliceerd is.

(Frans Assenberg)

 

Ook hier adverteren? Klik hier.

Spreekt de HVV u aan en wilt u zich opgeven als lid? Heel graag! Hoe meer leden, des te sterker we staan om het historisch waardevolle in Vlaardingen voor het nageslacht te behouden.

Lees verder
Het Buizengat met hoekers en platgatsloep. Johannes Weiland, ca 1875. Collectie Stadsarchief VlaardingenVolledige afbeelding